- Home
- Praktijkinfo
- Zwangerschap
- Bevalling
- Kraamtijd
- Links
- Overige
Indien je zwangerschap goed verloopt zul je ongeveer 14 keer op controle komen. Het schema ziet er ongeveer als volgt uit; tot 24 weken elke vier weken, van 24 tot 30 weken elke drie weken, van 30 tot 36 weken elke 2 weken en vanaf 36 weken elke week. Ook je partner is elke controle van harte welkom, maar dit is niet verplicht.
De eerste controle
Deze controle bij 8-9 weken duurt ongeveer 45 minuten. In deze eerste controle zullen we veel vragen stellen over je eigen gezondheid en de gezondheid van beide families. Zo beoordelen wij of de zwangerschapscontroles bij ons of bij de gynaecoloog in het ziekenhuis dienen plaats te vinden of dat we wellicht extra aandacht aan bepaalde zaken dienen te besteden. Deze eerste controle nemen we bloed af uit je arm. Tijdens de controle zullen we je uitleggen waarom we bloed afnemen en krijg je hierover uitgebreide informatie mee in een folder.
We geven je tijdens deze controle veel informatie over allerlei verschillende onderwerpen. Ook zullen we de mogelijkheid van prenatale screening met je bespreken. Verder zullen we uiteraard vragen die je hebt beantwoorden en meten we je bloeddruk. We luisteren deze eerste keer niet naar het hartje van de baby aangezien we dit pas vanaf 12 weken kunnen horen.
De vervolgcontroles
Deze controles duren ongeveer 15 minuten. Uiteraard worden de vragen die je hebt beantwoord. Iedere controle meten we de bloeddruk en voelen we met onze handen aan je buik of de baarmoeder met je kindje en het vruchtwater goed groeit. Ook luisteren we naar het hartje van de baby. Rond de 30 weken nemen we wat bloed af uit je arm om nogmaals het ijzergehalte en het vitamine D gehalte te bepalen. Andere onderzoeken, zoals een suikertest of echoscopie, worden alleen op indicatie verricht.
De 34 weken controle
Bij 34 weken hebben we een uitgebreide controle, eventueel bij je thuis, om de bevalling en het eventuele geboorteplan door te spreken. Tijdens deze controle, die ongeveer 30-45 minuten duurt bespreken we jullie wensen en verwachtingen rondom de bevalling en krijg je ook het beladvies mee. Verder gaan we in op de eerste tijd na de bevalling en bespreken we jullie voedingskeuze voor het kindje.
(Bijna) overtijd
Als je bijna overtijd bent ga je voor een controle naar de gynaecoloog. Deze controle vindt meestal plaats als je 41 weken en 5 dagen zwanger bent. Deze controle is bedoeld om de conditie van het kindje te beoordelen en om te beoordelen of je ingeleid kunt worden. Er wordt dan een CTG (hartfilmpje) gemaakt. Dit is een apparaat dat via 2 banden om je buik met daaronder 2 knoppen het hartje van de baby en eventuele activiteit van de baarmoeder (harde buiken/weeën) ongeveer 30 minuten registreert. Hiermee kan de conditie van de baby goed ingeschat worden. Vaak wordt er ook via een echo gekeken of er nog voldoende vruchtwater aanwezig is. Er wordt inwendig onderzoek gedaan om te voelen of de baarmoedermond 'rijp' is en of er misschien zelfs wat ontsluiting is. Op deze manier wordt er bekeken of de bevalling ingeleid kan worden en zo ja, welke manier de beste is. Uiteraard wordt dit je allemaal uitgelegd als het zover komt.
Bij 42 weken zwangerschap neemt de gynaecoloog de zorg over. Er is dan sprake van serotiniteit, of tewel overtijd zijn, wat een reden is om de bevalling in de leiden. Gewoonlijk wordt de inleiding gepland op de dag dat je precies 42 weken bent. Het strippen kan een mogelijkheid zijn om dit te voorkomen.
Strippen
In onze praktijk bieden we vanaf 41 weken zwangerschap de mogelijkheid om je te strippen. Door middel van inwendig onderzoek beoordelen we dan of er al iets ontsluiting is. De ingang van de baarmoedermand masseren we door een ronddraaiende beweging om deze op te rekken. Daarbij worden de vliezen een beetje losgemaakt van de baarmoedermond, waarbij prostaglandines kunnen vrijkomen, dit zijn stoffen die de baarmoedermond doen verweken. Een (paar) keer strippen kan dus helpen om de baarmoedermond soepeler en weker te maken, of zelfs de bevalling op gang te brengen. Indien je bevalling niet op gang komt, kan het strippen wel helpen om een eventuele inleiding in het ziekenhuis te vergemakkelijken.
Het meest recente Nederlandse onderzoek naar strippen toont aan dat dit de kans om 42 weken te worden verkleint. Strippen heeft het beste effect als het pas vanaf 41 weken gebeurd en dan om de dag. Het effect van strippen blijkt groter te zijn als je al een keer bevallen bent.
Strippen heeft geen nadelen voor het kindje. Sommige vrouwen ervaren het strippen zelf als pijnlijk, ook kan het je een halve of zelfs hele nacht harde buiken geven die je uit je slaap houden zonder dat je gaat bevallen. Na het strippen is het normaal dat je een beetje bloed verliest en een kramperig gevoel hebt in je onderbuik.
Bij 40 weken zwangerschap zullen we de mogelijkheid van strippen met je bespreken en kun je er over nadenken of je hier gebruik van wilt maken.

