Vanaf het moment dat de weeën beginnen tot het moment dat je kindje wordt geboren ben je vaak een aardig tijdje bezig. Hoe kom je deze tijd nu door? Op de cursussen zwangerschapsbegeleiding zal hier meestal aandacht aan besteed worden en krijg je een aantal tips. Hier willen we je er ook een aantal geven.

Weeën
Op het moment dat de weeën beginnen zijn ze vaak nog zwak en onregelmatig. Probeer zeker aan deze weeën nog niet teveel aandacht te besteden. Probeer rustig door te gaan met wat je aan het doen was. Hou nog niet bij hoe snel de weeën op elkaar komen, doe dit pas als de weeën echt pijn gaan doen. Waarschijnlijk merk je dat bij bepaalde houdingen de weeën sneller komen en pijnlijker zijn. Je kunt hier nu nog mee 'spelen'. Er is een logische regel: hoe vaker de weeën komen, hoe sterker ze zijn en hoe langer ze duren hoe sneller de ontsluiting zal verlopen.
Op het moment dat er een krachtige wee is die je echt weg moet puffen en eigenlijk niet meer zo goed op een bepaalde manier de pijn minder kunt maken drukt het hoofdje van de baby zo goed op de baarmoedermond dat deze ook werkelijk open zal gaan.
Om goede ontsluiting te krijgen moeten de weeën krachtig zijn, minstens binnen de 5 minuten komen en een minuut aanhouden. Wanneer de weeën deze kenmerken niet in zich hebben zullen ze waarschijnlijk nog geen ontsluiting opleveren maar het belangrijke voorbereidende werk doen. Uiteraard bevestigen de uitzonderingen hier de regel.

Houdingen
Wat de ervaring leert is dat het goed is om verschillende houdingen tijdens de ontsluiting uit te proberen. Weet hierbij dat de zwaartekracht een positieve invloed heeft op de ontsluiting en de kracht en effectiviteit van de weeën. Een verticale houding is natuurlijk wel een houding welke je meer energie kost dan een liggende houding. Als je moe bent is het natuurlijk prima om even te gaan liggen, maar doe dit dan op je zij. Als je zelf weet waar het ruggetje van je baby zich bevindt, ga dan op die kant liggen, dan drukt het hoofdje van de baby beter tegen de baarmoedermond en kan de baby de draai in het bekken beter maken en zal de ontsluiting ook weer sneller gaan. Probeer in ieder geval als je gaat liggen zo weinig mogelijk op je rug te gaan liggen. De weeën zijn vaak moeilijker op te vangen, doen minder goed hun werk, de doorbloeding van de placenta is minder en de zuurstof toevoer naar je baby dus ook.

Plekje
Naast het zoeken naar een juiste houding en het afwisselen daarvan is het vaak ook fijn om te zoeken naar een plekje in het huis waar je je veilig en op je gemak voelt. Voor sommigen is dit beneden op of voor de bank, voor sommigen op de slaapkamer, voor anderen de douche of het bad en het toilet is ook een veel gebruikte plek. Warm water ontspant en geeft hierdoor vaak betere en effectievere weeën. Als je geen bad heb, en niet de hele tijd wil staan onder de douche, denk dan aan een krukje of stoeltje die nat mag worden. Ook een kruik in de rug of buik is vaak heerlijk. Maak het jezelf zo gemakkelijk mogelijk en zorg voor een plek en houding waarbij je tussen de weeën door goed kunt ontspannen.

Eten en drinken
Het is goed om regelmatig wat te drinken, maar ook om regelmatig te plassen. Als je je blaas leeg houdt kan je kindje beter in je bekken zakken en zal het hoofdje beter op de baarmoedermond drukken. Aan eten heb je vaak niet zoveel behoefte, maar als je even bezig bent en een maaltijd hebt overgeslagen, dan is het toch verstandig te zorgen voor iets wat licht verteerbaar is.

Wat is normaal
- ontlasting of soms diarree (darmen kunnen geprikkeld raken door de activiteit van
  de baarmoeder)
- veel plassen (de baby drukt tegen de blaas)
- een beetje bloedverlies; slijmerig, helderrood of bruinig (als de baarmoedermond
  open gaat, springen hierbij vaak wat haarvaatjes en geeft dat een
  beetje bloedverlies)
- overgeven (de maag zakt een stukje in je buik, wat een misselijk gevoel kan
  geven, pijn maakt soms ook dat je moet overgeven)
- boeren (doordat de maag zakt, zuigt deze soms lucht aan waardoor je moet boeren

Complicaties
Soms komt het voor dat we naar het ziekenhuis moeten tijdens de weeën. De meest voorkomende redenen hiervoor zijn:
- de ontsluiting vordert niet.
- we komen er achter bij het breken van de vliezen dat de baby in het vruchtwater
  heeft gepoept (dit kan betekenen dat de baby het benauwd heeft of heeft gehad).
- iemand heeft zoveel pijn dat ze graag pijnstilling wenst.
- de baby geeft aan dat hij of zij het benauwd heeft.
Uiteraard kunnen er ook andere redenen zijn, maar deze komen gelukkig maar weinig voor.
Het hangt van de situatie en het tijdstip af of we met eigen vervoer of met de ambulance naar het ziekenhuis gaan. We proberen altijd met je mee te gaan als dat mogelijk is. We mogen alleen je bevalling niet meer begeleiden, de gynaecoloog of verloskundige van het ziekenhuis neemt het dan over.

We zijn hier al redelijk uitgebreid geweest over het onderwerp ontsluiting. Toch is hier uiteraard nog veel meer over te vertellen. We hebben ons beperkt tot wat wij in ieder geval belangrijk vonden. Heb je hier vragen over, zijn er dingen waar je bang voor bent of tegenop ziet, schrijf die dingen dan op en neem ze mee naar het spreekuur.