Aangifte

In de eerste paar dagen van de kraamtijd moeten er een aantal dingen geregeld worden. Als eerste moet de baby aangegeven worden bij de burgelijke stand van de gemeente waar het is geboren zodat de ambtenaar van de burgelijke stand een geboorteakte kan opmaken. Je bent verplicht een pasgeborene binnen drie werkdagen na de geboorte aan te geven. Aangeven mag de moeder zelf doen en de wettelijke vader mag zijn kind ook aangeven. Zijn beiden niet in staat de baby aan te geven, dan gaat de verplichting van het aangeven naar iemand die bij de geboorte aanwezig was. Als verder niemand aanwezig was bij de geboorte dan gaat die verplichting over naar de bewoner van het huis waar de geboorte heeft plaatsgevonden of naar het hoofd van het ziekenhuis waar de geboorte heeft plaatsgevonden. Wat je mee moet nemen bij het aangeven is:

  • een geldig nederlands paspoort of identiteitskaart
  • eventueel een erkenningsakte van de ongeboren vrucht of een trouwboekje
  • eventueel een akte van naamskeuze
  • als je geen nederlander bent: documenten waarin identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie vaststaat

Eventueel kan de ambtenaar van de burgerlijke stand een verklaring vragen van de arts of verloskundige die de bevalling heeft begeleid.

Ziektenkostenverzekering

Wat ook nog geregeld moet worden is de ziektekostenverzekering van de baby. De baby komt op de verzekering van de kostwinner te staan. Een telefoontje of wijzigingskaart invullen is voldoende om de verzekeraar te laten weten dat er een baby geboren is.
Kinderbijslag
De kinderbijslag wordt automatisch geregeld via de aangifte en daar krijg je vanzelf bericht over.